
HISTORIEK
Wanneer wij de archieven er op naslaan, dan werd de Tandheelkunde opgericht op 20 maart 1914. Prof. Rubbrecht, die internationale bekendheid had verworven door zijn studies over de erfelijke factoren in het ontstaan van de onderprognathie bij de Habsburgers, had toen al sedert 1900 geijverd voor een volwaardige opleiding in de Tandheelkunde. De echte licentie in de Tandheelkunde werd pas opgericht in 1929.
De School voor Tandheelkunde van de Universiteit Gent werd “gesticht” in 1932, als onderdeel van de Medische Faculteit. Op dat moment in 1932 werden de studies in de tandheelkunde en de universitaire titel van tandarts in België geofficialiseerd en werd de tandheelkundige opleiding een integraal deel van de opleiding aan de Universiteit. De studietijd bedroeg 5 jaar: drie jaar aan de medische faculteit samen met de studenten geneeskunde, en twee klinische jaren tandheelkundige opleiding.
De eerste tandheelkundige kliniek werd ingericht in de vroegere stallingen van een herenhuis op de Coupure. Daarna werd het de St.-Pietersnieuwstraat 83, ten huize van Prof. Rubbrecht zelf. Eind de jaren dertig duiken de namen van DE WILDE en COMHAIRE op en dat zouden de professoren worden die tot in de jaren zeventig het schip lieten varen, dat inmiddels naar de campus UZ verhuisde en heel lang op het 5de en 6de verdiep van K3 gehuisvest was.
In het begin van de jaren 60 waren Prof. Dr A. Comhaire, hoofd van de dienst Prothetiek, en zijn medewerkers sterk betrokken bijhet ontwikkelen van ergonomische principes en ergonomische werkwijzen in de tandheelkunde. Hij ontwikkelende als eerste in Europa een tandheelkundige installatie waarbij de patiënt liggend werd behandeld door een zittende tandarts. Dit concept, dat het Centric Concept werd genoemd, werd in het begin van de ontwikkeling met veel scepticisme en zelfs afkeuring door het tandartsenberoep verwelkomt. Prof. Comhaire en zijn team zetten echter door, in de overtuiging dat dit zou bijdragen tot een hogere levenskwaliteit van de tandarts en van de patiënt. Er werden drie belangrijke internationale colloquia georganiseerd die de wetenschappelijke basis moesten leveren voor de ergonomie en de ergonomische werkwijzen in de tandheelkunde.
Net vóór de definitieve scheiding van Tandheelkunde en Geneeskunde qua studieplan in 1974 duikt de naam DE BOEVER op en hij zal een korte tijd de enige professor zijn binnen de Tandheelkunde, weliswaar omringd door een 6-tal werkleiders die allemaal lector waren, en een schare assistenten. De studenten ’boom’ van midden de jaren ’70 (275 studenten in de 1ste Kan. En 180 in de 1ste Lic.) zorgde voor heroïsche toestanden met een uitwijking voor verschillende jaren naar de campus “Hutsepot” voor de preklinische opleiding. Met de komst van Profs. VAN CLOOSTER en DERMAUT heeft de Tandheelkunde nog vóór het jaar ’80 drie professoren. Het zou dan meer dan tien jaar duren voor een verdere uitbouw kwam van het academisch kader.
Op het eind van de zeventiger jaren en het begin van de jaren tachtig kende de school voor tandheelkunde aan de RUG een zeer grote expansie zowel wat het onderwijs als het onderzoek betreft.
In 1975 werden de studies in de tandheelkunde in België gereorganiseerd in overeenstemming met de toen opgestelde regels binnen de EEG. De studies in de tandheelkunde kregen een onafhankelijk curriculum losvan de opleiding tot arts. De opleiding duurt 5 jaar en werd bekroond met de titel van “tandarts”.